Wat kinderen ons leren over haast én vertragen
Ik zie het vaak: vrouwen die alles dragen, alles regelen, alles willen laten kloppen en daardoor in een constante versnelling leven. Haast wordt een gewoonte. Een reflex. Laatst werd ik daar zelf weer even liefdevol op gewezen.
“Jammer dat kinderen nog geen haast kennen he?”
Die opmerking bleef de hele middag in mijn systeem hangen nadat ik de kinderen ophaalde van de vakantie‑BSO.
Want ja, ik had haast. En nee, de kinderen gingen niet direct mee.
Eerst moest ik luisteren naar een enthousiast verhaal over knutsels, daarna iemand zoeken die (uiteraard) ergens in een boom zat. Ondertussen dacht ik alleen maar aan de volgende afspraak waar ik op tijd wilde zijn. En precies daar ging het ‘mis’: ik was niet aanwezig. Ik zat al in het uur dat nog moest komen.
De klassieke valkuil: kinderen proberen mee te trekken in mijn tempo. Met frictie als gevolg, want dat werkt nooit. En zo wil ik het ook niet.
Gelukkig herken ik het. Ik kan terugschakelen, ademhalen, landen. Maar die opmerking bleef toch hangen. Misschien omdat ze gemeend was, vooral omdat ze zo raak was. Omdat het zo typerend is voor onze maatschappij.
Kinderen kennen geen haast. Ze leven in het moment. Ze tonen wat wij als volwassenen vaak vergeten: dat snelheid bijna altijd een keuze is — geen noodzaak.
En eerlijk? Vaak genoeg is de haast helemaal niet zo belangrijk als we op dat moment denken. Vaak genoeg kan het best vijf minuten later. En vaak genoeg is vertragen precies wat nodig is om weer te voelen wat er wél toe doet.
Dus ik oefen. Elke dag opnieuw. Niet om nooit meer haast te hebben, maar om bewust te voelen én kiezen wanneer het nodig is… en wanneer het eigenlijk gewoon een reflex is.
Wanneer was jij je bewust van de haast? Kun je het voelen? En wat doe je er dan mee?